De Winter en de islam
Dat Leon de Winter geen fan is van de islam, is bekend. Ook in zijn laatste column geeft hij een nieuwe inkijk in zijn simpele tweedeling: God en Jahweh zijn liefdevol, en staan hun volgelingen toe om vrij te zijn, terwijl Allah absoluut en allesoverstijgend dwingend is.
De dwang die hij in de islam ziet, zien we echter ook bij de Jezuxefeten, de grootste orde binnen de Rooms-katholieke kerk. Grondlegger Ignatius van Loyola schreef in de dertiende van zijn achttien leefregels bijvoorbeeld voor dat mensen moeten geloven dat wit zwart is, als de kerk besluit dat dit zo is. Er bestaat geen individuele vrijheid, alleen voorschriften die strikt nageleefd moeten worden.
Diezelfde voorschriften zijn ook de essentie van het calvinisme. Ieder gezag is door God gegeven, en moet onvoorwaardelijk gerespecteerd worden. De bezetting van 40-45, bijvoorbeeld, was voor ds. Kersten, grondlegger van de SGP, een straf van God voor de ontheiliging van de zondag. Verzet tegen de bezetting was verzet tegen de wil van God. De mens had slechts te accepteren wat God kennelijk beschikt had, twijfel hieraan was een teken van arrogantie.
Over deze ontkenning van de rede en het individu heeft De Winter het niet, hij kijkt alleen naar de islam. Hierbij neemt hij het wahhabisme en het salafisme als maatstaf, en negeert hij vrije stromingen als het sufisme, de alevieten en de alawieten. Hij gaat uit van een eenheid in geloof tussen alle moslims onder alle omstandigheden op alle plaatsen. Alle moslims zijn hetzelfde omdat er maar xe9xe9n islam is. Moslims zijn in de redenering van De Winter geen mensen meer, maar alleen nog de robots van Allah. Het onderscheid dat hij bij ons ziet, ziet hij bij hullie kennelijk niet.
De Winter ziet in christendom, jodendom en islam alleen wat hij zelf graag wil zien. De denkwijze van De Winter is sowieso typisch voor veel stukjesschrijvers. Zij gaan niet uit van de werkelijkheid, maar projecteren hun eigen denkwijze op een klein deel van de werkelijkheid. Ze proberen niet eens meer in te gaan op tegenargumenten, die worden simpelweg doodgezwegen. Wij zien liefde, vrijheid, individualisme en wetenschap als iets goeds, dus projecteren zij deze maatstaven op de godheid. Onze god heeft het wel, die van hun niet.
